Zo werkt een hints woordenlijst

Een hintsronde is eenvoudig: één speler is de omschrijver, ziet het gekozen woord en probeert de andere spelers het te laten raden. De omschrijver mag het woord zelf niet uitspreken. De rest mag zo vaak raden als nodig is zolang de tijd loopt.

Spelers die een woordspel voorbereiden met kaarten en een timer
  1. Kies één categorie uit de woordenlijst en laat een neutrale speler of de tegenpartij een woord aanwijzen.
  2. Zet een timer op 60 seconden. Voor een eerste ronde is 90 seconden rustiger.
  3. De omschrijver geeft hints; de eigen ploeg roept mogelijke woorden.
  4. Tel één punt voor ieder goed geraden woord. Kies direct een volgend woord zodra het goed is.
  5. Wissel van ploeg of omschrijver wanneer de tijd voorbij is. Na evenveel beurten wint de hoogste score.

Wil je zonder teams spelen? Laat de groep samenwerken tegen de timer. Spreek dan een doel af, bijvoorbeeld acht woorden in één minuut. Zo blijft dezelfde woordenlijst bruikbaar voor een familieavond, een les of een borrel.

Spelregels voor hints geven en raden

De beste regels zijn kort genoeg om te onthouden. Kies vóór de start de strikte of vrije versie en houd die voor alle beurten gelijk. De strikte versie lijkt op een verboden-woordspel; de vrije versie past goed bij een snelle opwarmer.

Spelers die samen associaties bedenken tijdens een woordspel
  • Altijd verboden: het doelwoord, een duidelijke verbuiging en een herkenbaar deel van een samengesteld woord.
  • Strikte ronde: geen gebaren, geluiden, rijm, vertalingen, beginletters of spelling. De tegenpartij luistert mee en stopt de beurt bij een overtreding.
  • Vrije ronde: omschrijven mag met hele zinnen; gebaren of tekenen mogen alleen als iedereen daarmee instemt.
  • Overslaan: laat de omschrijver één woord per beurt overslaan zonder punt. Een tweede overslag kost één punt, als je extra spanning wilt.
  • Twijfelgeval: de kaartaanwijzer beslist meteen. Bespreek een meningsverschil pas na de beurt, niet terwijl de timer loopt.

Een veilige aanwijzing geeft een categorie, functie, plaats of herkenbare situatie. Voor paraplu kun je bijvoorbeeld zeggen: “die neem je mee wanneer je droog wilt blijven.” Zeg niet “regenstok”, want daarin zit een te directe associatie voor veel groepen. Maak zo nodig vooraf een klein lijstje met verboden woorden onder elk lastig doelwoord.

Hints woordenlijst: 72 woorden om direct te spelen

Kies een blok dat bij je groep past. Begin met gewone voorwerpen, wissel daarna naar plaatsen of activiteiten en bewaar de moeilijkere woorden voor de laatste ronde. Schrijf elk gebruikt woord weg, zodat het niet opnieuw langskomt.

Woordenkaartjes voor een raadspel op tafel

Thuis en alledaags

tandenborstel · broodrooster · kussen · koelkast · sleutelbos · spiegel · stofzuiger · wekker · paraplu · lucifer · rugzak · afstandsbediening

Eten en drinken

pannenkoek · popcorn · citroen · pizza · yoghurt · friet · watermeloen · koffiezetapparaat · verjaardagstaart · sandwich · ijsje · broodje kaas

Onderweg

treinstation · rotonde · fietspad · vliegveld · stoplicht · koffer · plattegrond · benzinepomp · verkeersopstopping · strand · camping · museum

Vrije tijd

gitaar · voetbalwedstrijd · pretpark · bioscoopkaartje · puzzel · karaoke · picknick · achtbaan · schaatsen · stripboek · bordspel · fototoestel

Mens en beroep

brandweerman · tandarts · kapper · journalist · kok · astronaut · scheidsrechter · goochelaar · buurvrouw · toerist · muzikant · postbode

Een stap moeilijker

zonsverduistering · tijdmachine · flessenpost · spookverhaal · achtbaanrit · schatkaart · standbeeld · luchtballon · verkeersbord · kompasroos · bliksemschicht · geheimschrift

Maak de ronde toegankelijker door bij jonge spelers alleen de eerste drie blokken te gebruiken. Voor een gemengde groep werkt een afwisseling goed: één makkelijk woord, één gemiddeld woord en dan één moeilijker woord. Zo kan iedereen snel instappen zonder dat de ronde voorspelbaar wordt.

Maak je eigen hints woordenlijst

Een zelfgemaakte woordenlijst hoeft niet meer te zijn dan losse kaartjes, een notitie op een telefoon of een lijst met genummerde regels. Kies eerst een thema dat iedereen kent. Vul daarna per moeilijkheidsgraad woorden aan en laat een speler een nummer noemen of blind een kaart trekken.

Spelers maken samen kaartjes voor een creatief woordspel
  1. Kies vijf categorieën. Denk aan eten, films, werk, sport en plekken in de stad.
  2. Schrijf twaalf woorden per categorie. Gebruik vooral begrippen die de groep kent; specialistische namen maken een ronde snel stroef.
  3. Zet er optioneel drie verboden hints bij. Neem de meest voor de hand liggende woorden, niet alle mogelijke synoniemen.
  4. Markeer de moeilijkheid. Een stip voor makkelijk, twee voor gemiddeld en drie voor lastig is genoeg.
  5. Test vijf kaarten. Als niemand een woord kan omschrijven zonder bijna het antwoord te zeggen, vervang het of maak de verboden lijst korter.

Een associatie hoeft geen perfecte woordenboekdefinitie te zijn. Een plek, functie, kleur of herinnering kan juist sneller werken. Houd wel de afspraak aan dat de omschrijver geen deel van het gekozen woord weggeeft.

Drie spelvormen met dezelfde woorden

Met dezelfde stapel woorden kun je het tempo veranderen zonder nieuw materiaal te maken. Leg voor iedere vorm precies vast wat wel en niet mag; dan is een moeilijke beurt geen discussie maar gewoon onderdeel van het spel.

Een speler geeft een mondelinge aanwijzing aan vrienden aan tafel

1. Omschrijven

De omschrijver mag vrij praten, maar gebruikt het doelwoord niet. Dit is de beste eerste ronde, omdat de groep leert welke woorden in de stapel zitten.

2. Eén woord

Gebruik dezelfde woorden nog eens. Per kaart mag de omschrijver maar één associatie geven en de ploeg mag één keer raden. Deze ronde beloont geheugen en goed gekozen categorieën.

3. Uitbeelden

Praat niet en maak geen geluiden; beeld het begrip uit. Kies voor deze ronde vooral activiteiten, beroepen, dieren en herkenbare voorwerpen. Een timer van 30 seconden houdt de vaart erin.

Wil je tekenen toevoegen, laat dan de kaart zien aan de tekenaar en gebruik een vel papier of whiteboard. Maak vooraf duidelijk dat letters, cijfers en pijlen wel of niet zijn toegestaan. Dat voorkomt dat een tekening stiekem een spellinghint wordt.

Hints spelen op één scherm met RoomPlay

Een gedeeld scherm is handig wanneer je geen kaartjes wilt maken. Zet een telefoon of laptop zo neer dat alleen de omschrijver het gekozen woord ziet, of geef het toestel na iedere beurt door. De rest van de groep kijkt weg tot de timer start.

Vrienden spelen samen een woordspel op één telefoon

Voor een verboden-woordenronde kun je in RoomPlay een woordspel openen en de groepsregels uit dit artikel aanhouden: één omschrijver, een timer, geraden woorden tellen en een duidelijke afspraak over overslaan. Kies een thema dat bij je gezelschap past en wissel de omschrijver na elke beurt.

Woordronde op één schermKies een RoomPlay-spel

Verzamel je groep en kies een spel dat bij jullie taal en groep past.

Bekijk spellen

Veelgestelde vragen over hints woorden

Groep die verschillende rondes van een woordspel speelt

Hoeveel spelers heb je nodig?

Vier spelers is prettig voor twee teams, maar met drie spelers kun je ook samenwerken tegen de timer. Bij een grote groep wissel je de omschrijver steeds door.

Hoe lang duurt een beurt?

Zestig seconden is een goed uitgangspunt. Geef beginnende of jonge spelers 90 seconden; maak een gevorderde ronde spannender met 30 seconden.

Mag je rijmen of een vertaling geven?

Alleen als je dat als huisregel afspreekt. In een strikte ronde zijn rijm, spelling, beginletters en vertalingen verboden, omdat ze het woord te rechtstreeks verraden.

Wat doe je als niemand een woord kent?

Sla het woord over, leg het apart en vervang het na de beurt. Een goede woordenlijst sluit aan bij de kennis en leeftijd van de groep; moeilijk is leuk, onbegrijpelijk niet.