Maak minstens twee teams. Eén speler omschrijft binnen 30 seconden vijf begrippen op een kaart, zonder het woord zelf, een deel ervan, een vertaling of een rijm te gebruiken. Elk goed geraden begrip telt; met het bord trek je de dobbelsteenworp daarvan af om je pion te verplaatsen.
30 Seconds spelregels: wat heb je nodig?
De bordspelversie heeft een speelbord, pionnen, kaarten, een zandloper en een dobbelsteen met 0, 1 en 2. Verdeel de groep in ten minste twee teams; per team heb je een omschrijver en één of meer raders nodig. Leg de pionnen op start en laat ieder team werpen. De hoogste worp begint.
- Kaartkleur: neem de kant die past bij de kleur van het vak waarop je pion staat.
- Verboden hints: zeg niet het begrip, een deel ervan, een vertaling, beginletter, rijmwoord of klank-alike.
- Geen gebaren: aanwijzen en uitbeelden horen niet bij de gewone spelregels.
- Wissel door: laat elke nieuwe beurt een andere teamgenoot omschrijven.

Heb je geen doos bij de hand? Zet een timer op je telefoon, schrijf vijf begrippen per kaartje en tel simpelweg één punt per goed geraden woord. Speel bijvoorbeeld tien rondes; het team met de meeste punten wint. Zo blijft de dertig-seconden-druk intact zonder bord of dobbelsteen.
Zo speel je een beurt
De tegenpartij draait de zandloper om of start de timer. De omschrijver bekijkt de vijf begrippen en kiest de volgorde. Teamgenoten mogen zo vaak raden als ze willen. Een juist begrip levert een punt op; een begrip dat je overslaat, blijft liggen en telt niet mee. Zodra de tijd stopt, tel je de treffers.
Bij het bordspel trek je de gegooide ogen af van het aantal juiste begrippen. Met vier treffers en een worp van één ga je dus drie vakken vooruit. Daarna is het volgende team aan de beurt. Bereik je de finish, dan kan de editie nog een beslissende ronde vragen: check daarom de spelregels in jouw doos voor de precieze finishafspraak.

30 Seconds woorden om te oefenen
Neem een timer en laat één speler deze lijst één voor één omschrijven. Wissel na iedere 30 seconden. De woorden zijn bewust gemengd: bekende personen, plaatsen, voorwerpen en begrippen maken de ronde levendig.
- De Eiffeltoren
- Een verkeerslicht
- Vincent van Gogh
- Een tandenborstel
- De Noordzee
- Een achtbaan
- Een pinguïn
- Het Rijksmuseum
- Een regenboog
- Een barbecue
- Een kompas
- De Olympische Spelen
- Een luchtballon
- De Nachtwacht
- Een zaklamp

Maak het lastiger door één thema te kiezen: Nederlandse steden, films, eten of beroepen. Voor een familie-ronde werken alledaagse dingen goed; met vaste vriendengroepen kun je ook gedeelde herinneringen, bijnamen of vakanties op kaartjes zetten.
Vragen en opdrachten voor je eigen 30 Seconds-avond
Gebruik deze korte vragen als kaartjes wanneer je geen woordenlijst wilt gebruiken. De omschrijver leest de vraag niet voor, maar helpt het team naar het onderwerp toe. Het team krijgt een punt zodra het juiste onderwerp wordt genoemd.
- Welke Nederlandse stad heeft de Domtoren?
- Welke filmreeks speelt zich af in een sterrenstelsel ver, ver weg?
- Welke kleur krijg je door blauw en geel te mengen?
- Welk dier draagt zijn huis op zijn rug?
- Welke sport speel je met een shuttle?
- Wat gebruik je om een brief te versturen?
- Welke planeet staat bekend om zijn ringen?
- Welk instrument heeft zwarte en witte toetsen?
- Waarmee meet je de tijd in een wedstrijd?
- Welke appeltaart-specerij ruik je vaak in de winter?

Tip voor de spelleider: schrijf bij zelfgemaakte vragen het bedoelde onderwerp klein op de achterkant. Dan is er na een wilde omschrijving geen discussie over welke gok precies bedoeld was.
